Natuurhistorisch & Volkenkundig

 
NVM Oudenbosch

Rijstmesje

Rijstmesje

We hebben allemaal wel een aardappelschilmesje in de keukenla. En een rijstmesje? Je vind het zelfs niet in de oosterse keuken. Het is ook niet om rijst te schillen of de snijden (zo dat al kan), maar om de rijst…. te oogsten.

De volgroeide rijstplant wordt niet gemaaid, maar aar voor aar afgesneden. Dat is een oude traditie. Eeuwen geleden zouden de eerste rijsthalmen zijn ontsproten aan het gestorven wereldlijke lichaam van Dewi Sri. De godin schonk deze halmen aan enkele mensen met de belofte dat dit ‘heilige hemelse eten’ voortaan in overvloed op de wereld zou groeien en ervoor zou zorgen dat mensen nooit honger zouden lijden.

Om de mensen op aarde te leren hoe men rijst moest verbouwen, oogsten en verwerken, reïncarneerde Dewi Sri in een vorstelijke vrouw, die precies aangaf hoe men met de rijstplant moest omgaan. Nog altijd gelden in de indonesische rijstbouw regels die hun oorsprong vinden in de voorschriften van Dewi Sri. (Zelfs daar waar de oude geloven hebben plaatsgemaakt voor Christendom of islam wordt rijst behandeld zoals dat van generatie op generatie is doorgegeven.)

Een rijstmesje wordt op een specifieke manier vastgehouden in de rechterhand, met de steel rechtop in de palm en het plankje tussen de middelvinger en ringvinger geklemd. De aar wordt afgesneden door de halm tegen het mesje te drukken met de vingers die het mesje vasthouden. De rijstaren worden zo één voor één afgesneden.

Er is onderscheid tussen mannen- en vrouwenmesjes. Mesjes voor vrouwen eindigen meestal in een spitse punt, zodat het rijstmesje, als het niet gebruikt wordt, in de haarwrong kon worden vastgezet. Aan de vorm en de bewerking van het mesje kun je ook zien uit welk gedeelte van Indonesië het komt.