Natuurhistorisch & Volkenkundig

 
NVM Oudenbosch

Braakbal kauw

braakbal kauw

braakbal van een kauw
Bij braakballen denken we direct aan uilen. Alles wat uilen niet kunnen verteren - haren, botjes, nagels, schildjes van insecten – wordt in de vorm van een ovale bal uitgebraakt. Roofvogels hebben twee magen: een die het voedsel verteert en een die de grotere delen tegenhoudt en deze tot een bal kneedt. Maar ook andere vogels braken wel eens en bal uit: de reiger, de ijsvogel en zelfs de kauw. Een kauwtje – niet te verwarren met de kraai, let op het witte randje om de ogen! - eet vruchten, zaden, insecten en dode dieren (het is een aaseter). Ook rooft hij eieren en jongen van andere vogels.

Dat we niet vaak een braakbal van een kauw vinden, is omdat we het balletje niet snel als zodanig herkennen. Vaak bestaat de bal uit ‘alledaagse’ resten. In deze bal – bij toeval gevonden – herkennen we kersepitten en de resten van een flinke spin. Zo’n bal zegt dus veel over wat het dier heeft gegeten. Braakballen van uilen zijn daarnaast te onderscheiden doordat ze alle botten bevatten. Een uil slikt zijn prooi namelijk in één keer door.