Natuurhistorisch & Volkenkundig

Uitgelicht

Object van de Maand - Augustus 2017

LIBELLEN

7027 libelle

Dit is de tijd van libellen. Deze kleine helikopters zijn wondere vliegeniers die kunnen stilstaan in de lucht, verticaal opstijgen en zelfs achteruit vliegen. Ook voor een heuse ‘looping’ draaien ze hun poot niet om. Dat komt ondermeer doordat de vier doorzichtige vleugels los van elkaar worden aangestuurd.

In Europa zijn 166 verschillende soorten; 71 daarvan komen in Nederland voor. Opvallend aan de libel zijn de enorme ogen, die uit 10.000 tot 50.000 facetjes bestaan. Het bovenste gedeelte ziet scherp op afstand en het onderste dichtbij. De libel kan zijn kop in alle richtingen bewegen en dat is een grappig gezicht. Het borststuk is naar achteren gekanteld en dat levert voordelen op. Zo staan de poten verder naar voren, waardoor ze geschikter zijn om een prooi in de vlucht te vangen en vervolgens in de mond te stoppen. De forse botsing die het libellenlijf ondergaat bij het vangen van de prooi wordt beter opgevangen. De vleugels staan centraler opgesteld en dat komt de vliegkunst weer ten goede.

De vleugelslag is met twintig tot veertig slagen per seconde veel langzamer dan bij andere, kleinere insecten. Door de lage frequentie is de vleugelslag voor mensen niet hoorbaar. Libellen kunnen toch een snelheid van wel vijftig km per uur halen. Dat maakt hen tot de snelst vliegende insecten. De voorrand van de vleugels is geknikt en fungeert als een spoiler. Dit zorgt dat lucht loskomt van het vleugeloppervlak, waardoor lift ontstaat. Aan de voorrand van de vleugels bevindt zich, dicht bij de vleugeltop, ook een gekleurde vlek, het pterostigma. Deze vleugelvlek helpt de libel bij fijnere bijstellingen van de vlucht.

Libellen zijn oude insecten die 320 miljoen jaar geleden al voorkwamen in het Carboon. Deze dieren hadden een spanwijdte van 60 cm.

Oh ja, libelles steken niet en bijten geen mensen. De forse monddelen worden alleen gebruikt voor het kauwen op insecten. Bovendien vluchten libellen in plaats van aan te vallen. Als je geduld hebt, komen ze op je hand zitten en kun je ze goed bekijken.

Dit insect staat de hele maand augustus centraal. Kom kijken in het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum en ontdek nog véél meer.

Object van de Maand - Juli 2017

PRINSELIJK BOEK

ovdm jul2017 01

De derde maandag van juli staat bekend als de Hoveniersmaandag. Traditioneel is dit de dag waarop de meiden en de knechten op de tuinderijen hun jaarloon ontvingen. Zeker sinds 1900 vieren de broeders van het utrechtse St. Eloyen Gasthuis de Hoveniersmaandag op wat de eerste dag was van de Utrechtse jaarmarkt met kermis.De oudenbossche Broeders van St. Louis gingen wat serieuzer met de zaken om, getuige het dikke boek met de titel ‘De Nederlandsen Hovenier’.  Een boek dat veelvuldig door de Broeders is gebruikt, gezien de ezelsoren en hoeveelheid losse bladen.

Het dikke standaardwerk over tuininrichting en –onderhoud vervulde ongetwijfeld een belangrijke rol. Het werd gepubliceerd tussen 1696 en 1702 en bevat beschrijvingen en tekeningen van bomen, struiken, bloemen, perken, priëlen, fonteinen, diverse tuinaanleg, maar ook hoe zonnewijzers te maken, bijenkorven te onderhouden, medicijnen uit kruiden te maken, en taarten, pasteien en confituren te bereiden.

Het boek is geschreven door iemand met de toepasselijke naam J. Groen en hij was hovenier van de Prins van Oranje. Plattegronden van diverse prinselijke tuinen staan afgebeeld en dat biedt een prachtige inkijk in hoe diens lusthoven waren vormgegeven. Verder gaf hij tweehonderd voorbeelden van bloemperken.

ovdm jul2017 06

Daarbij is een werk gebonden met de titel ‘De Verstandige Kok of Sorgvuldige Huyshoudster’, over het bereiden van spijzen, taarten en pasteien en van ‘confituren’ alsmede een afdeling over ‘heylsame planten en kruyden’. Kortom, een onmisbaar boek voor een verstandig hovenier.

Object van de Maand - Juni 2017

ZELDZAME ALBINOMOL

ovdm jun2017 01

Sinds 2015 is 13 juni Wereld Albinodag. Het NVMO toont in de Gehoorzaal een aantal bijzondere albinodieren.Albino’s zijn uitzonderingen en dus kwetsbaar. In diverse afrikaanse landen worden albinomensen vaak vermoord vanwege bijgeloof. Vooral in jaren dat er verkiezingen zijn, stijgt het aantal incidenten. De Wereld Albino Dag heeft tot doel mensen bewust te maken dat albino’s weinig of geen pigment hebben in huid, haar en ogen.

disfunctioneel gen
Albinisme ontstaat door kopieerfoutjes bij celdeling. Het gen dat pigment aanmaakt kan disfunctioneel raken. Maar het kan ook subtieler. Bij veel pooldieren is het gen dat pigment in de vacht aanmaakt buiten werking geraakt. Dat is géén albinisme, omdat in dat geval rode ogen optreden.

Voor mollen maakt dat minder uit, onder de grond ziet niemand je kleur. Toch zijn witte mollen schaars. Kleurvariëteiten vormen minder dan 1% van de totale populatie. Albino's zijn zeldzaam, dieren met een gevlekte vacht (meestal aan de buikzijde) komen vaker voor. Door ijzeroxiden in de bodem kleuren lichtere dieren vaak oranje of geel.De mol heeft een korte zwartfluwelen vacht zonder vleug, de haren staan heel dicht op elkaar. Hierdoor kan hij achter- en vooruit in de gang zonder dat de haren open gaan staan en daarbij komt geen grond in zijn vacht. Daarom zit een mol nooit onder de viezigheid.

ovdm jun2017 02

Voor een mol is een goed onderhouden gazon een waar luilekkerland, met veel heerlijke regenwormen op het menu. Daarnaast lust hij graag insecten en slakken, zo’n half ons per dag. Voor een tuinder heeft zo’n insectenruimer dus ook wel zijn voordeel. (Het heeft overigens helemaal geen zin om mollen te vangen. Ze hebben namelijk een territorium. Zodra er een mol dood is, neemt een andere mol zijn plaats in.)In de herfst en winter legt hij voedselvoorraden aan. Verse wormpjes zijn handig, daarvoor bijt hij de kop van regenwormen af zodat ze verlamd raken. Zo heeft hij altijd vers vlees in de buurt. Een leuk detail: de mol slaapt rechtop, met zijn hoofd tussen zijn voorpoten.

Object van de Maand - Mei 2017

Op 12 mei is de Dag van de Verpleging. Eén van de bekendste verpleegsters is Florence Nightingale – ‘de Dame met de Lamp’ – die tijdens de Krimoorlog (1854-1856) zoveel gewonde soldaten verzorgde. Wat recenter is Albert Schweitzer het lichtende voorbeeld voor velen.

In het NVMO herinnert een bijzonder voorwerp aan de zorg voor patiënten: een authentiek patiëntenkaartje uit het oerwoudhospitaal van Albert Schweitzer. Elke patiënt kreeg een kaartje met een touwtje dat hij om zijn hals of aan zijn kleding kon binden. Op het kaartje staan naam, de stam waartoe hij behoort en de ziekte waaraan hij lijdt. Ze bewaarden die labels (sango’s) zuinig en kwamen er soms jaren later vol trots mee aan als ze in het hospitaal terugkwamen.

patienten in Lambarene

Object van de Maand - Maart 2017

egelvis NVMO

Dit visje dat met het uiterlijk van een zeemijn door het leven gaat, heet vanwege de hoeveel stekels op de huid terecht ‘egelvis’.

Egelvissen (Diodontidae) vormen een grote familie van beenvissen uit de orde van Kogelvisachtigen (Tetraodontiformes). Egelvissen worden soms verward met kogelvissen (Tetraodontidae). Kogelvissen dragen echter geen stekels op de huid. Alleen bij gevaar worden ze uit zelfverdediging prikkelbaar. De naam ‘kogelvis’ heeft betrekking op het feit dat deze dieren bij gevaar hun lichaam opblazen door water of lucht in te slikken, waardoor zij tot een bal opzwellen. Daarbij worden de huidspieren gespannen en de stekels worden uit de huidopeningen getrokken en opgericht.

De vis mist ribben en bekkenbeenderen, terwijl het voorste stuk van de wervelkolom zodanig is opgebouwd, dat het zich aan de ronde kogelvorm kan aanpassen. Overigens kan de vis dit kunstje niet al te vaak doen, omdat het telkens stress oplevert en dat is slecht voor zijn gezondheid. Bij kleine soorten egelvissen (bijv. het geslacht Chilomycterus) zijn de stijve stekels altijd opgericht. Bij de grotere (die wel een meter kunnen zijn!) alleen in opgeblazen toestand. In rust liggen de stekels met de punt naar achteren.

Wanneer ze zich laten ‘leeglopen’ gaat dat, zeker als het lucht betreft, gepaard met flinke geluidsontwikkeling. Een soort maritieme scheet. Je kunt ze wel trainen: als je een kogelvis vaak uit het water haalt (mocht je daar zin in hebben), dan went hij daaraan. De kleine mondopening lijkt op een vogelsnavel. Deze tandplaten groeien constant door en zijn heel geschikt voor het stukbijten van hard voedsel en schelpdieren en vooral het kraken van koraaltakken (het zijn rifbewoners).

Een andere bijzondere manier om voedsel te vangen, is door met waterstraaltjes het zand boven daarin verscholen dieren weg te spuiten. Daarin zijn ze heel trefzeker: in een aquarium kunnen hongerige egelvissen waterdruppels recht in het oog (of op de bril) van de verzorger afschieten. Nog bijzonderder is dat ze hun ogen onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. In gevangenschap moeten ze wel trouwens voldoende te knagen hebben, anders worden de tandplaten te lang, net als bij een konijn.

Je vindt egelvissen in tropische zeeën, een enkele maal in brak water. Of in een aquarium. En in het museum dus.

Object van de Maand - Januari 2017

objectvandemaandjanuari2017

De Witte Paters brachten zo’n eeuw geleden uit het toenmalige Brits Protectoraat Uganda (Oost-Afrika) een aantal voorwerpen mee die je – als je niet beter wist – zou bestempelen als ‘afval’. In de juiste handen waren ze echter voorwerpen met macht. Het betreft magische rituele objecten van onbestemde samenstelling.

Boze Geesten hebben een dominerende invloed op het leven van de primitieve Afrikanen. Hij neemt aan, dat de natuur met geesten bevolkt is, die de mens in het ongeluk kunnen storten. Het bestaan van geesten, die hem goeds wensen, schijnt niet te worden aangenomen.

Medicijnmannen maken hiervan handig gebruik. Met duistere rituelen stellen ze amuletten samen met een smerige inhoud. De naam van zulke amuletten is Borfimah of bole-fimah, dat ‘medicijnbuidel’ betekent. ‘Vreeswekkende materie’ als luipaardklauwen, mensenbeenderen, menselijk vet en bloed, stukjes vlees, insecten, nagels, haar, schorpioenschilden enz. wordt verpakt in een leren buideltje, meestal van antilopenhuid, soms ook kalebasschaal. Meestal is de inhoud niet na te gaan, omdat openmaken tegelijkertijd vernietiging van het object betekent.

De inhoud zowel als de ‘voeding’ van de amulet bepaalden de kracht ervan, en voeding is zoiets als bloed en niervet dat erop werd gesmeerd, vaak na een ritueel offer.

Eén van de voorwerpen is een medicijnbundeltje van de Bunyoro (wie weet zit er een tabletje in.) Een ander amulet is gebonden op een munt uit 1912 uit het engelse Uganda. King George had blijkbaar een machtige uitstraling.

Een ‘katoenen propje’ dat oogt als uit de vuilnisbak van een ziekenhuis is in zo’n slechte staat dat door de opening onder meer stekels van een stekelvarken zijn te zien. Dat valt dus nog mee, althans…. onbekend is nog wat de rest van de inhoud betreft.

Maar verschilde het geloof van de inboorling veel met de waanideeën van de westerse wereld, waar zwarte katten, tegen muren staande ladders en vrijdagen die op de dertiende van de maand vallen bijzondere invloed schijnen te hebben? Hoevelen hechten waarde aan de dagelijkse horoscoopberichten in de krant of hebben een gelukspoppetje aan de sleutelbos?

De geschetste rituelen en amuletten ogen misschien uit een voorbij tijd, feit is dat nog er steeds waarde aan wordt gehecht. Zo stijgt bijvoorbeeld in het huidige Uganda het aantal kinderoffers wanneer de verkiezingen naderen. Aan bloed, geslachtsdelen en ingewanden worden bepaalde kracht toegekend. Beschaving blijkt maar een dun laagje…..

Deze bijzondere objecten staan de hele maand januari centraal. Meer erover staat in het nieuwe museumblad, te verkrijgen bij de balie. Kom kijken in het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum en ontdek nog véél meer.

Object van de Maand - Juni

erekruis St Louis

Kardinaal Lavigerie, oprichter van de Witte Paters, benoemde in 1889 de rector van Saint Louis, C. de Croes, tot ‘ere-kannunik van Carthago’; voortaan mocht hij met ‘Monseigneur’ worden aangesproken. Hij ontving het bijbehorende erekruis. Mgr. de Croes was rector van 1854 – 1896.

Het contact tussen de Witte Paters en de Broeders ontstond in 1884. Zestien jaar eerder had kardinaal Charles Lavigerie deze orde in het leven geroepen voor de missie in Noord-Afrika, maar bovenal tegen de onmenselijke slavernij door de Arabieren. De Broeders namen de administratie van het ‘magazine’ van de Witte Paters op zich en promootten het werk van de Paters in Noord-Afrika. Door de inzet van Br. Bernardinus van Aert groeide de belangstelling in Nederland voor het werk van de Witte Paters en gingen diverse oud-Zouaven en oud-studenten van St. Louis als missionaris naar Afrika.

Regelmatig werden voorwerpen daarvandaan naar St. Louis gestuurd om tentoongesteld te worden in hun ‘museum’. De huidige Afrika-collectie is grotendeels afkomstig van de Witte Paters en werd verzameld tussen 1885 en 1950. In het kantoor van de Broeders aan de Markt in Oudenbosch hangt een portret van Mgr. de Croes waarop hij te zien is met het erekruis. De rector is daar inmiddels ver over de tachtig.

Object van de Maand - Mei

visarend3

Om een visarend te zien, hoef je niet naar de Biesbosch te reizen. Het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum te Oudenbosch heeft een prachtig exemplaar in de collectie. De bijzondere vogel is dichtbij van alle kanten te bekijken.

Sinds een paar weken broedt een paartje in de Biesbosch. Daarmee heeft Nederland een primeur, het is nog nooit eerder voorgekomen dat de roofvogel een plek in Nederland uitkiest om jongen te krijgen. Misschien heeft de visarend (Pandion haliaetus) ooit wel gebroed in Nederland, maar daarvan zijn geen gevallen bekend. 

Het zijn trekvogels die Nederland doorgaans alleen gebruiken als tussenstop op hun route vanuit hun winterverblijf in Zuid-Europa en Afrika, richting Noord- en Oost-Europa waar ze in de zomer neerstrijken. De dichtstbijzijnde broedgebieden liggen in Duitsland en Polen.

Oud exemplaar
De visarenden in de Biesbosch komen met name in de ondiepe, visrijke lagunes in de Noordwaard en Zuiderklip. Ze doen hun naam eer aan en vangen er dagelijks grote ruisvoorns en brasems. De visarend in de collectie van het museum is afkomstig uit de zogenaamde ‘collectie Van den Bogaert’, een zeer omvangrijke vogelverzameling die de Broeders van Saint Louis rond 1906 aankochten voor hun schoolmuseum. Daarmee had het oudenbossche instituut in één klap alle in Nederland voorkomende vogels in huis. Nog steeds staat de collectie van St. Louis te boek als een bijzondere collectie. In dezelfde vitrine als de visarend staat ook een zeearend. De zeearend, broedt sinds 2006 weer in ons land, na eeuwenlang te zijn weggeweest. Wie de vogels op zijn gemak wil bekijken, doet er goed aan het museum te bezoeken.

Object van de Maand - Januari

Rijstmesje

We hebben allemaal wel een aardappelschilmesje in de keukenla. En een rijstmesje? Je vind het zelfs niet in de oosterse keuken. Het is ook niet om rijst te schillen of de snijden (zo dat al kan), maar om de rijst…. te oogsten.

De volgroeide rijstplant wordt niet gemaaid, maar aar voor aar afgesneden. Dat is een oude traditie. Eeuwen geleden zouden de eerste rijsthalmen zijn ontsproten aan het gestorven wereldlijke lichaam van Dewi Sri. De godin schonk deze halmen aan enkele mensen met de belofte dat dit ‘heilige hemelse eten’ voortaan in overvloed op de wereld zou groeien en ervoor zou zorgen dat mensen nooit honger zouden lijden.

Om de mensen op aarde te leren hoe men rijst moest verbouwen, oogsten en verwerken, reïncarneerde Dewi Sri in een vorstelijke vrouw, die precies aangaf hoe men met de rijstplant moest omgaan. Nog altijd gelden in de indonesische rijstbouw regels die hun oorsprong vinden in de voorschriften van Dewi Sri. (Zelfs daar waar de oude geloven hebben plaatsgemaakt voor Christendom of islam wordt rijst behandeld zoals dat van generatie op generatie is doorgegeven.)

Een rijstmesje wordt op een specifieke manier vastgehouden in de rechterhand, met de steel rechtop in de palm en het plankje tussen de middelvinger en ringvinger geklemd. De aar wordt afgesneden door de halm tegen het mesje te drukken met de vingers die het mesje vasthouden. De rijstaren worden zo één voor één afgesneden.

Er is onderscheid tussen mannen- en vrouwenmesjes. Mesjes voor vrouwen eindigen meestal in een spitse punt, zodat het rijstmesje, als het niet gebruikt wordt, in de haarwrong kon worden vastgezet. Aan de vorm en de bewerking van het mesje kun je ook zien uit welk gedeelte van Indonesië het komt.

Object van de Maand - December

glasspons

Een diertje van zuiver glas? Jawel, het is de glasspons. De glasspons of venusmandje (Euplectella aspergillum) leeft op grote diepte op de zeebodem tot wel 5000 meter. Het is een dier zonder organen en brein. Het dier bouwt een gedetailleerd skelet van glas gevormd uit kiezel van de zeebodem. Het is niet alleen zuiver glas, maar heeft totaal andere eigenschappen dan dat wij gewend zijn. Wij maken glas door het te verhitten tot 1000°C. Dit dier maakt glas bij een lage temperatuur op de zeebodem.

De constructie bestaat uit een gaaswerk van horizontale en verticale lijnen. Deze draden maken kruisvormen die onder een lichte hoek met elkaar verbonden zijn, zodat er een lichte draaiing in de gehele constructie ontstaat. Het geheel vormt een cilinder die loodrecht op de zeebodem staat.De ruitvormen die ontstaan in het bouwwerk van de glasspons zijn om en om versterkt met een diagonaal. Je zou zeggen hoe meer diagonalen, hoe steviger het geheel. De oostenrijkse fysicus dr. Peter Fratzl ontdekte echter dat wanneer je er meer zou toevoegen, de constructie niet steviger werd. Ieder toevoeging is in een soortgelijke constructie dus een verspilling van materiaal.

Gastvrij
Het venusmandje dankt zijn amoureuze naam aan zijn gastvrijheid. Het bevat vaak een garnalenpaar Als jonge larven komen de garnalen in de tralievormige spons terecht, en blijven daar terwijl ze meesnoepen van het voedsel dat via het zeewater binnenstroomt. Eenmaal volwassen kunnen ze nooit meer ontsnappen uit de spons.

De spons staat in Japan symbool voor een huis waarin eeuwige liefde kan groeien. Vandaar dat het fraaie skelet, met twee uitgedroogde garnalen erin, vaak wordt gegeven als huwelijksgeschenk in Japan. Een mooie symboliek, al staat een uitgedroogd paartje eigenlijk niet zo sympathiek. Glassponzen kunnen wel een meter lang worden.

Object van de Maand - Oktober

Opossum embryo

De opossum of buidelrat komt voor van Canada tot Patagonië. De Virginiaanse opossum is het enige buideldier in Noord-Amerika: hij komt van nature voor in de gehele Verenigde Staten ten oosten van de Rocky Mountains.
Dit exemplaar – net als het volwassen dier in de vitrine – komt uit de collectie Mimi Hilarius-Cuijpers die het diertje meebracht uit Ohio.

Opossums waren de eerste buideldieren waarmee Europeanen in de 15e eeuw in aanraking kwamen en een van de eerste dieren uit de Nieuwe Wereld die mee werden teruggenomen naar Europa. Aan het eind van de 15e eeuw ontdekte de spaanse ontdekkingsreiziger Vicente Pinzón in Brazilië een vrouwelijke buidelrat met een jong in de buidel. Hij nam het dier mee naar Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castilië.

Het was John Smith, de stichter van Jamestown, die voor het eerst een opossum in het Engels beschreef en de naam ‘opossum’ gebruikte, een verbastering van het Algonkische apasum, wat ‘wit dier’ betekent. (Het Algonkisch, Algonkian of Algonquian is een subtaalfamilie van zo'n veertig verschillende indiaanse talen. Algonkian of Algonkin is afgeleid van het woord ‘Algomekwin’ wat ‘volk aan de overzijde van de rivier’ betekent.

Met de grootte van een kat, zijn spitse neus en lange roze staart wandelt hij van de ene plek naar de andere, steeds op zoek naar een gevarieerde maaltijd van insecten, knaagdieren, groente en fruit. Overdag slaapt hij in holen en gaten, maar ’s nachts loopt hij met gemak een kilometer ver. Opossums hebben een lange, spitse snuit met lange snorharen. Ze kunnen goed zien, de meeste soorten hebben bolle kraalogen, wat duidt op een nachtelijke leefwijze. Hun kale oren zijn constant in beweging. De poten hebben vijf tenen. De grote teen aan de achterpoot is opponeerbaar, net als onze duim.

Zoals de meeste buideldieren die in het wild leven is ook de Noord-Amerikaanse opossum een echte overlever. Toch heeft hij het record van verkeersslachtoffer op zijn naam staan. Zijn nogal vreemde afweermethode heeft daar zeker mee te maken: bij gevaar valt het dier in shock, vergelijkbaar met flauwvallen (in goed amerikaans: 'playing possum'). Hij houdt zich minuten tot uren voor dood, ongevoelig voor aanraking of oppakken. In het wild worden de dieren dan ook hooguit twee jaar oud.

De opossum is graag alleen, behalve tijdens de paartijd. Daar zit ook meteen de kracht van de opossum, want voor nakomelingen wordt goed gezorgd. Na een aantal dagen in de baarmoeder klimmen de jonge opossums richting buidel. Hangend aan moeders speen groeien ze daar nog zo’n drie maanden door. Zo niet het diertje op de foto dat jong is gestorven of doodgeboren.

Object van de Maand - September

kikkertrommel

Dit object is bij nader onderzoek een wereldwijd bekend muziekinstrument: een trommeltje op een stok waar twee koordjes met elk een balletje aan hangen. Door het stokje tussen twee handen te wrijven slaan de balletjes tegen het trommeltje. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt op Bali bij feesten, daar heet het een kikkertrommeltje of baris. In Brazilië heet het een cabulete. In China wordt het gebruikt als handtrommeltje en ook in Afrika kennen ze het instrument als ‘twist-drum’.

Fascinerend is het gebruik in Tibet waar het instrument een rituele functie kent. Het heet daar een damaru, waarmee Shiva het ritme van de schepping en het universum slaat. In vroegere dagen werd dit instrument van twee schedelhelften gemaakt. De twee kanten vertegenwoordigen het vrouwelijk en het mannelijk aspect, als de dualistische en scheppende krachten in het leven. Aan de ene kant is het trommelvel, dat het mannelijke element vertegenwoordigt, ritueel wit geverfd met mannelijk semen (zaad) en aan de tegenovergestelde zijde is het trommelvel, dat het vrouwelijke element vertegenwoordigt, rood geverfd met menstruatie-bloed. Het dreunende geluid van de trommel symboliseert de hartslag van Schepping.

Prachtig verzonnen natuurlijk, maar een hele geruststelling om te weten dat de wereld zonder dit ook wel doordraait.

Object van de Maand - Augustus

braakbal kauw
braakbal van een kauw
Bij braakballen denken we direct aan uilen. Alles wat uilen niet kunnen verteren - haren, botjes, nagels, schildjes van insecten – wordt in de vorm van een ovale bal uitgebraakt. Roofvogels hebben twee magen: een die het voedsel verteert en een die de grotere delen tegenhoudt en deze tot een bal kneedt. Maar ook andere vogels braken wel eens en bal uit: de reiger, de ijsvogel en zelfs de kauw. Een kauwtje – niet te verwarren met de kraai, let op het witte randje om de ogen! - eet vruchten, zaden, insecten en dode dieren (het is een aaseter). Ook rooft hij eieren en jongen van andere vogels.

Dat we niet vaak een braakbal van een kauw vinden, is omdat we het balletje niet snel als zodanig herkennen. Vaak bestaat de bal uit ‘alledaagse’ resten. In deze bal – bij toeval gevonden – herkennen we kersepitten en de resten van een flinke spin. Zo’n bal zegt dus veel over wat het dier heeft gegeten. Braakballen van uilen zijn daarnaast te onderscheiden doordat ze alle botten bevatten. Een uil slikt zijn prooi namelijk in één keer door.

Object van de Maand - Juli

vruchtbaarheidspop

De Mossi-vrouwen uit Burkina Faso (midden) dragen een mannelijke of vrouwelijke vruchtbaarheidspop als ze bewust een jongen en of een meisje willen baren. De hoop om van een zoon of een dochter te bevallen bepaalt of de pop mannelijke of vrouwelijke kenmerken heeft. De houten vruchtbaarheidspoppen, door de Mossi ‘Biga’ genoemd, worden vreemd genoeg gemaakt door de kaste van de smeden.

Maar er is meer. Ook de meisjes lopen ermee. De poppen worden gebruikt om er al spelend mee te leren. Ze worden gewassen, gekleed, op de rug gedragen door de meisjes of op de grond gezet onder de ogen van de moeder.
De betekenis ervan is van een complexe symboliek. Voor het meisje vertegenwoordigt de pop de kracht die er voor zal zorgen dat ze later een kind zal krijgen. Tegelijk is het de baby waarvoor ze later zal zorgen. De vruchtbaarheidspop wordt overgedragen van moeder op dochter of van zuster naar zuster.

Zou ze ‘Barbie’ heten?
Het beeldje in het museum heeft geen armen en benen en de nadruk ligt op de afhangende puntige borsten. De pop is bekleed met leer en is omhangen met kauri’s (schelpen) en munten van Brits Zuid Afrika. Het popje is 32 centimeter hoog en gemaakt rond 1960.

Object van de Maand - Juni

mandala van vlindervleugels

Dit opmerkelijke ‘kunstwerk’ is gemaakt van honderden vlindervleugels. Het ingelijste werk, dat pas later – na de overdracht van de collecties van de Broeders van St. Louis - in het bezit van het museum kwam, valt onder het begrip ‘spirituele kunst’. Het is onvoorstelbaar met hoeveel geduld deze mandala is gemaakt (en hoeveel vlinders hiervoor nodig waren).

De mandala (het oorspronkelijke woord komt uit het Sanskriet en betekent ‘cirkel’) is een term uit het tibetaans boeddhisme voor een plan, kaart of geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt. Het concept heeft een hindoeïstische oorsprong. Een mandala, en in het bijzonder het midden, kan tijdens de meditatie worden gebruikt als object om de aandacht op te richten. De symmetrische geometrische vorm zorgt ervoor dat de aandacht automatisch op het midden wordt gericht.

Zo’n 500 jaar terug bestond er geen woord voor wat we nu kunst noemen. Kunst werd toen niet gezien als een daad van creativiteit. Iedereen die met zijn handen werkte - ook schilders en beeldhouwers - was een ambachtsman. Wat er gemaakt werd, had meer een religieuze of sociale functie dan een persoonlijke. Het verschil tussen ambachtsman en kunstenaar ontstond in de Renaissance toen mensen als Leonardo Da Vinci en Michelangelo ervoor streden om schilderen en beeldhouwen tot de zogenaamde vrije kunsten te verheffen. De middeleeuwse opvatting dat kunst een onderdeel van het dagelijks leven vormt, bestaat nog steeds op Bali, omdat de Balinezen geen woord voor kunst hebben. Ook in Afrika is ‘kunstnijverheid’ een levensstijl.

In deze tijd, waarin mensen aan zichzelf werken net als in de middeleeuwen, maar dan op een andere wijze, zou verruiming van het bewustzijn wel eens het uiteindelijke doel van alle creatieve bezigheden kunnen worden.

Object van de Maand - Mei

Boekje Afrikaanse Missie

De collecties van het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum bevatten ook enkele oude boeken uit het bezit van de Broeders van Saint Louis. Deze hebben voornamelijk betrekking op de collecties en/of Oudenbosch. Eén ervan is het in 1888 in Oudenbosch uitgegeven boekje ‘Eenige Mededeelingen over de Congregatie der Zusters-Missionarissen van Onze Lieve Vrouw der Afrikaansche Missiën’. Het is een uitgave van de ‘Annalen der Afrikaansche Missiën’ van Broeder Bernardinus en W.P. Peeters en komt oorspronkelijk uit de bibliotheek der Capucijnen in Helmond, zo blijkt uit het stempel ‘Bibliotheca FF.Min. Cap. Helmond’.

Het boekje telt 108 pagina’s en bevat ondermeer verhandelingen over de stichting van een Postulaat te Maastricht, de Negers-Martelaren in Oeganda, een brief van kardinaal Lavigerie over het Apostolaat bij de heidensche vrouwen, een brief van een postulante van de Zusters-Missionarissen der Missiën in Kabylië, en de beschrijving van de kleding van een Zuster-Missionaris in de Basiliek van O. L. Vr. van Afrika.

Object van de Maand - April

woestijnroos3kleiner

Een woestijn- of zandroos is een gesteente dat er uitziet als een roos uit zand met vele blaadjes die rond een centraal punt groeien, vandaar de naam zandroos. De woestijnrozen ontstaan in de vlakke gedeelten van de woestijn, dus niet in of onder zandduinen. Woestijnrozen kunnen in enkele honderden jaren ontstaan.

Een woestijn - of zandroos ontstaat wanneer ondergronds water naar boven komt (door capillaire werking) en begint te verdampen. (Capillaire werking is een verschijnsel uit de natuurkunde waarbij, bijvoorbeeld, water in een zeer fijn buisje hoger stijgt dan het omringende vloeistofniveau. Zulke fijne buisjes worden ook wel haarbuisjes of capillairen genoemd. Hoe fijner de buisjes, hoe hoger het water kan stijgen.) Als het grondwater de juiste mineralen (gips en/of bariet) bevat, blijven die achter als het water verdampt en vormen ze met de zandkorrels prachtige sculpturen door de warmte van de woestijn. Zo’n zandroos is geen zuiver mineraal en ook geen gesteente.

Sommige woestijnrozen hebben zulke scherpe randen, dat ze de banden van een 4x4 die in de woestijn rijdt, kunnen doorboren. Er zijn woestijnrozen die er uitzien als één enkele roos, andere vormen een cluster van roosjes. Woestijnrozen kunnen erg groot worden en enkele honderden kilo’s wegen. Het museumexemplaar is ongeveer drie kilo. Wanneer je de woestijnroos met een vergrootglas bekijkt, zie je de zandkorreltjes zitten.

Object van de Maand - Maart

Oehoe met prooi

Eind februari werd Purmerend wereldnieuws vanwege een uil. Deze oehoe viel mensen aan en stond al gauw bekend als de ‘terreur-uil’. Reden om dit dier eens uit te lichten. De oehoe behoort tot de grootste in Nederland voorkomende uilensoort – zelfs van de wereld - en heeft een vleugelspanwijdte van 160 tot 188 cm. Zijn naam dankt de vogel aan zijn roepgeluid. Vooral in de late winter laat het mannetje zijn imposante "Oehoe"-roep horen. Mannetjes wegen 1,5 tot 3 kilo, vrouwtjes zijn forser en zwaarder in de schouders en kunnen wel 4 kilo wegen. Oehoes kunnen wel 75 jaar oud worden.

Zintuigen
De oren bevinden zich niet bij de zogenaamde oorpluimen, maar aan de zijkant van de kop en zijn asymmetrisch, niet op dezelfde hoogte. Hierdoor traceert de oehoe exact de locatie van een geluid.

Oehoes zien, in tegenstelling tot andere uilen, ook overdag goed. (Dat hebben enkele mensen uit Purmerend dus kunnen ervaren.) De ogen kunnen niet bewegen in de oogkassen, maar de oehoe heeft 14 halswervels en kan daardoor de kop meer dan 180 graden draaien. Met zijn goed gehoor en zicht kan de oehoe kleine prooien van veraf opsporen.

Het museum heeft een oehoe staan in de uilenvitrine. Naast het opgezette exemplaar staat ook een geprepareerd skelet. Zonder jasje blijft er niet veel van de imposante vogel over. Dit oehoeskelet is het beeldmerk van het museum.

Object van de Maand - Februari

chinese schildering

Zestien schilderstukjes op dun en o zo kwetsbaar rijstpapier brachten de Broeders van Saint Louis meer dan honderd jaar geleden mee naar Nederland. Wondermooie afbeeldingen van een China zoals het in de 19e eeuw kon worden gezien. De kleuren van de afbeeldingen zijn nog net zo fris als toen ze werden geschilderd. Het lijkt welhaast of ze licht geven.

Heeft men het over echt rijstpapier, dan worden eigenlijk transparante, flinterdunne velletjes afgeschilde boommerg van de Terapanax Papyriferum-plant bedoeld. In het begin van de 19e eeuw begon men schilderijtjes op rijstpapier te maken die men vooral als souvenirs aan toeristen verkocht. Meestal werden op de kleine gouaches voornamelijk de chinese tradities afgebeeld, maar ook bloemen, insecten en vogels. De ambachtslui die ze schilderden, maakten handig gebruik van de eigenschappen van dit transparante, wit fluweelachtig materiaal. Eén daarvan is de eigenschap dat het wat bol komt te staan op die plaats waar het beschilderd wordt, wat een prachtig 3D-effect veroorzaakt. Bepaalde delen van de figuur (vooral gezicht ledematen) werden op de achterkant nog eens overgetrokken met pigmenten, gemengd met loodwit of kleurstoffen gemaakt van insecten; dit zorgde voor extra diepte in de schilderijtjes.

Object van de Maand - Januari

negerzaad doosje

negerzaad

Wanneer bij het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum ‘negerzaad’ wordt belicht, denk je onwillekeurig aan volkenkunde. Negerzaad is echter het zaad van een distelachtige plant uit India en Ethiopië. Het staat ook bekend als nigerzaad of Gingellikruid, al wordt deze aanduiding bijna nooit gebruikt. De plant komt wat onkruidachtig over, doordat de bloeiwijze en zaadvorming op die van de distel lijkt.

Negerzaad is bijzonder vetrijk en heeft een hoog calciumgehalte. Dit zaad is dan ook bij vele vogels erg populair en staat bij de vogelliefhebbers hoog aangeschreven. Het is vooral geschikt voor sijzen en putters. Ook is het een belangrijk bestanddeel van parkietenvoer. Het zaad is zwart en hoekig en bevat veel olie. Geperst zaad geeft een hoogwaardige neutrale olie. Negerzaad bevat als één van de weinige vogelzaden calcium, fosfor en mangaan (en dat ook nog in de juiste verhoudingen). 

Overigens wordt het, net als veel andere vogelvoersoorten, ook graag door karpers gegeten.

negerzaadolie of ramtil-oil
Uit de negerzaden wordt olie geperst door eenvoudige koude persing en geeft een neutrale transparante olie. Ramtil-olie wordt veel in India en Ethiopië gebruikt als vervanging van het duurdere sesamolie. Het kan worden meegekookt en het wordt ook als lampolie gebruikt. In India wordt een Guizotia oleifera verbouwd, in Ethiopië de Guizotia abyssinica. Het indiase ‘ramtil’ is afkomstig van het Sanskrit ra-matilah wat ‘donkere sesam’ betekent.

Negerzaad is eigenlijk een achene , dat is een gedroogde schil , rondom een zaadje: omdat het zaadje zich niet hecht aan de schil zijn ze eenvoudig te scheiden.

Object van de maand - December

fossiel voetspoor

Op de modderige kustvlakte van Winterswijk liepen in de Muschelkalktijd zo’n 180 miljoen jaar geleden allerlei dieren op zoek naar voedsel. De pootafdrukken die in de kalkmodder zijn bewaard gebleven, zijn van een kleine sauriër.
In die tijd werden de sauriërs nog geen meter groot. Pas zo’n honderdmiljoen jaar later hadden ze de omvang bereikt die tegenwoordig zo tot de verbeelding spreekt.

Pootafdrukken worden ichnofossielen genoemd. Ze ontstaan als het sediment waarin ze voorkomen en het sediment dat bovenop de sporen ligt niet helemaal gelijk is (bijvoorbeeld zand en klei), omdat anders de twee sedimentlagen niet meer te onderscheiden zijn en één structuurloze laag gaan vormen. Sediment is heel fijn afval van gesteente dat door weer en wind het laagste punt opzoekt. Uit de sporen kunnen het gewicht, de snelheid van voortbeweging, de bekkenbouw en soms zelfs de ouderdom en eventuele verwondingen van het dier worden afgeleid.

Object van de maand - November

eekhoorn coll Hilarius

De eekhoorn (Sciurus vulgaris) is een vertrouwde verschijning in het bos die met name in de herfst in de weer is met het verzamelen van voedsel. Eekhoorns eten dan extra veel om een vetreserve aan te leggen en ze leggen voedselvoorraden aan om de wintermaanden door te komen.

Eekhoorns verstoppen voedsel in de grond maar ook in boomholtes of de oksel van een boomstam. De plek waar ze hun voedsel hebben verstopt (slechts enkele noten bij elkaar) kunnen ze dankzij hun reukvermogen weer opsporen. Doordat eekhoorns echter niet alle voedsel terugvinden, dragen ze bij aan de verspreiding van boomzaden in het bos. Eekhoorns ‘stelen’ geen eten van soortgenoten. Hoewel ze in de winter minder actief zijn, kennen eekhoorns geen winterslaap . Bij regen, storm, ijzel of wanneer er een dik pak sneeuw ligt, blijft de eekhoorn (hooguit enkele dagen) in zijn nest.

De eekhoorn wordt ook vaak gewone of rode eekhoorn genoemd en komt in bijna heel Nederland voor. Na een enorme afname vanwege een virus in de jaren ‘60 van de vorige eeuw, heeft de populatie zich maar deels hersteld. Dat komt mede door de aanwezigheid van buitenlandse soorten zoals de grijze eekhoorn uit Noord-Amerika en de Pallas’ eekhoorn uit Azië. Niet alleen verdringen zij de gewone eekhoorn uit hun leefgebied, zij kunnen ook ziektes overbrengen op onze inheemse eekhoorn. Het was voor de Zoogdiervereniging Nederland reden om 2014 tot het Jaar van de Eekhoorn uit te roepen.

Object van de maand - Oktober

duimpiano

De afrikaanse duimpiano ofwel kalimba. De tonen worden voortgebracht door het met de duimen aantokkelen van tongetjes die op een klankkast zijn gemonteerd. De klankkast kan variëren qua vorm en materiaal: een uitgehold rechthoekig blok, een uitgeholde kalebas of zelfs het schild van een schildpad. Veelgebruikt is een 15 tot 20 centimeter stuk halfrond bamboe dat aan de einden met halfronde stukjes hout wordt afgesloten. Soms worden in de klankkast klankgaten aangebracht, die bij afdekking ervan het timbre van het instrument kunnen wijzigen. Alleen voor Afrikanen? Welnee. Een bekende kalimba-speler is Maurice White van de popgroep Earth, Wind and Fire. Op de afdeling Volkenkunde van het NVMO zijn twee van deze bijzondere instrumentjes te zien.

Object van de maand - September

Coracias garrulus

De Scharrelaar (Coracias Garrulus) is één van de allermooiste vogels die heel soms in Nederland gezien wordt. Ongeveer zo groot als een gaai, maar dan felblauw met bijna turkoois blauwe vleugels. Oogverblindend.

De scharrelaar bevindt zich vaak op een hoge uitkijkpost, van waaruit de vogel zich op een prooi stort. Naast grote insecten zoals libellen, kevers en sprinkhanen worden ook kleine dieren zoals amfibiën, hagedissen en jonge muizen gegeten. Het broedgebied beperkt zich tegenwoordig tot het Middellandse Zee-gebied en enkele delen van Oost-Europa. Ze overwinteren in Afrika. In Nederland komt de scharrelaar alleen voor als dwaalgast.

Het aantal scharrelaars in Europa is de laatste decennia sterk afgenomen, in de 19e eeuw broedden ze zelfs nog tot in Zweden, terwijl ze nu in Midden-Europa nauwelijks meer te vinden zijn. De Europese populatie is tussen 1990 en 2005 zelfs met 30% afgenomen. Tussen 1800 en 1996 zijn er 62 bevestigde waarnemingen in Nederland gedaan waarvan er 11 (12 exemplaren) tussen 1980 en 1996. Het laatst werden in juli 2011 twee vogels (!) gespot in de buurt van het dorpje Zuidland.

De Broeders van St. Louis hadden in hun collectie drie Scharrelaars. Daarvan bestaan er nog twee, waarvan in elk geval eentje in de 19e eeuw in Baflo (Groningen) is gevangen.

Dit object staat de hele maand september centraal. Kom kijken in het Natuurhistorisch en Volkenkundig Museum en ontdek nog véél meer.

Object van de maand ~ Augustus

Diorama dytiscus marginalisDit diorama vertelt het verhaal van de Dytiscus marginalis, ofwel de geelgerande watertor. Het is een felle rover, die voornamelijk jaagt op insecten, maar ook kleine vissen en salamanders wel lust. In kleine tuinvijvers kan deze kever schadelijk zijn, door kwekers van goudvissen en koikarpers wordt dit beestje beschouwd als een plaaginsect. 

Dit diorama is een onderdeel van een schenking die het museum in 2011 ontving van dhr. van Hasselt. Het leuke van dit soort diorama's is, dat er véél meer te zien is dan dat ene opgezette beestje. Het vertelt letterlijk een verhaal.

Dit object staat de hele maand augustus centraal. Kom kijken in het Natuurhistorisch en Volkenkundig `Museum en ontdek nog véél meer.

Schedel olifant

schedel olifant

De indrukwekkende schedel van een afrikaanse olifant is van uitzonderlijk formaat. Het is een oud dier geworden. Aan de rechterkant is bij de oogkas te zien hoe een ontsteking ooit het bot heeft aangetast. Geen pretje voor het dier. Links is een onnatuurlijk ontstaan gat te zien, mogelijk veroorzaakt door een schot. In dat geval zou de kogel het hoofd ook weer verlaten hebben, getuige een gat schuin aan de achterzijde. Maar het is ook mogelijk dat de beschadiging aan de voorkant later (toen de schedel al was schoongemaakt) is veroorzaakt door iets anders dan een kogel, omdat het bot als het ware naar binnen is gedrukt. Met moeite kan twee man de schedel tillen.

geregistreerd museum

ohoe

facebook   twitter

Volwassenen 4,50 euro
Kinderen (tot 12 jaar) 2,50 euro
Deelname doemiddag  3,50 euro (incl. materiaal)

 

Voor kinderen is een speurtocht beschikbaar.

Groepen van 15 of meer betalende personen 20% korting. Donateurs en CJP gratis.

museum logo